Tekst: Jan Elsinga; foto’s: Haags Gemeentearchief, Kees Oosterholt en Wikimedia Commons. Uit het buurt Magazine

Bijna iedere bewoner van Het Oude Centrum kent de Doubletstraat, maar weinigen weten naar wie deze straat is genoemd. In de geschiedenisboeken stuiten we op verhalen vol geld, status en mannen die Philips heten. Het begint bij Philips Doubleth I (1560-1612), ontvanger-generaal bij de florerende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, een functie van groot aanzien. Hij beheert de staatsinkomsten, een cruciale taak in tijden van oorlog en handel, wat hem veel voorspoed brengt. Naast zijn huis aan de Lange Voorhout bezit hij ook een buitenplaats die later bekendstaat als landgoed Clingendael. In 1590 wordt Philips I vader van Philips II (1590-1660), die niet alleen dezelfde naam, maar ook dezelfde functie als zijn vader krijgt. Daarnaast is hij secretaris van de magistraat van Den Haag en handelt hij in onroerend goed, waardoor hij de rijkste man aan het Lange Voorhout wordt beschouwd. Het familie-imperium groeit, en Philips II wordt heer van Sint-Annaland en Moggershil in Zeeland. In 1632 trouwt hij met Geertruid Huygens, de zus van de bekende dichter en staatsman Constantijn Huygens (1596-1687), waarmee de familie Doubleth nauw verbonden raakt met een van de meest vooraanstaande families van de tijd.

Bij zijn hoge status hoort uiteraard nog meer vastgoed. Philips II laat daarom rond 1615 een tuin aanleggen op de hoek van twee grachten met daarin een paviljoen. Zo’n paviljoen wordt ook wel een ‘lusthuis’ genoemd. De tuin met het lusthuis wordt enkele decennia later vervangen door gebouwen aan weerszijden van een straat: de Doubletstraat. Ook Philips II en Geertruid krijgen een zoon, die ze Philips III (1633-1701) noemen. Ook Philips III wordt ontvanger-generaal en trouwt met een Huygens, namelijk zijn nicht Susanna, de dochter van Constantijn Huygens. We weten uit beschrijvingen van Constantijn dat de bruiloft extravagant was. De overdaad die hoort bij de toen populaire Franse stijl gold als een bevestiging van de status van Philips en Susanna als echtpaar. Philips laat op de buitenplaats van zijn opa een landhuis bouwen en geeft dat in 1670 de naam Clingendael. Hij laat de tuin inrichten in barokke Franse stijl, geïnspireerd door tuinen die Philips III bezocht tijdens zijn bezoeken aan zijn zwager Christiaan, die in Parijs woonde. Op Clingendael organiseert hij vele festiviteiten met muziek en literaire avonden met zijn schoonvader Constantijn. De Doubletstraat is dan al lang niet meer in eigendom van de familie, maar onderdeel van de binnenstad van Den Haag. Als je eens over de Paviljoensgracht loopt, dan weet je nu waarom die en de Doubletstraat zo heten.