Wijkvisie

SpinozaKracht 2.0

Ontwikkelvisie Buurtoverleg Het Oude Centrum Den Haag

Update van BIJDETIJD 2.0

DOOR:

Buurtoverleg Het oude Centrum

Auteurs : Mark Graafland, Erik de Jong, Jeroen Trimbos en Jan van den Brink

Met adviezen van Kees Schrijver, Shireen Poyck en Anneke Verbraeken

Opdrachtgever: Open Werkatelier Buurtoverleg

 

oktober 2015

 

Inleiding

Dit is een ontwikkelvisie voor het Oude Centrum. Het is een update van een eerdere versie Bijdetijd 2.0 van mei 2011. Een ontwikkelvisie definiëren wij als een beschrijving van gewenste ontwikkelingen.

Het Oude Centrum in Den Haag is een gebied dat omringd wordt door de Grote Marktstraat, het Spui, het Buitenom en een deel van de Haagse grachten.

 

Wij willen dat het Oude Centrum veel aantrekkelijker wordt als rustige slenter- en dwaalwijk contrast het naastgelegen centrum met alle grote winkels. Wij denken dat de wijk aantrekkelijker kan worden als het Oude Centrum makkelijker en vanzelfsprekender bereikbaar wordt vanuit de naastgelegen wijken en anderzijds door het al bestaande karakter van slenter- en dwaalgebied te versterken.

Bij het aantreden van het nieuwe College in 2014 hebben we de intentie uitgesproken om aan te sluiten bij het Coalitieakkoord 2014-2018: “Vertrouwen op Haagse Kracht”, daarnaast bouwen we voort op een eerdere eigen ontwikkelvisie. We noemen daarom deze ontwikkelvisie voor het Oude Centrum “SpinozaKracht 2.0”.

 

We kiezen ook voor ‘2.0, omdat we als bewoners opteren voor een 2.0 aanpak: wij nemen het initiatief en doen dat via ‘open source’: iedereen die op een of andere manier betrokken is bij onze wijk, kan er aan bijdragen.

 

Wij willen ook graag een aangepaste visie omdat de “diversiteit” als grote kwaliteit van de buurt verloren dreigt te gaan. Er komen bijvoorbeeld steeds meer  massagesalons, avondwinkels en kapperszaken; zij zijn kenmerkend voor achteruitgang van onze buurt. Ook de prostitutiestraat Doubletstraat blijft een negatieve uitstraling leveren aan de omgeving, mede omdat het autoverkeer rond blijft rijden op zoek naar een parkeerplaats. Daarnaast bemoeilijkt dit zoekverkeer ontwikkelingen aan grachten voor horeca en restaurants.

In deze visie komen wij met plannen, denkbeelden en aanbevelingen die van het Oude Centrum een bruisende, creatieve, ambachtelijke, groene, grachtenbuurt  kunnen maken. We benoemen kansen en prioriteiten en geven aanbevelingen voor projecten en activiteiten in drie verschillende termijnen: de korte termijn van 1 jaar (quick wins), de termijn van een collegeperiode van 4 jaar (bereikbare doelen (middel) en de langere termijn (stip op de horizon of lang).

 

Bij een aanpak 2.0 hoort dat zoveel mogelijk bewoners meedoen en daarom vinden wij een breed draagvlak belangrijk. Om mensen bij de visie te betrekken, werd een reeks van activiteiten bedacht zoals bijvoorbeeld het “Open Werkatelier” dat functioneert als een permanente workshop van bewoners. Ook een speciale uitgave van de Buurtkrant, de interactieve publicatie op de website van het Buurtoverleg kunnen bewoners betrekken. Daarnaast wordt de pers ingeschakeld, zoals Den Haag Centraal en worden verschillende activiteiten met partners georganiseerd, zoals bijvoorbeeld de Buurt-Biennale met de Dag van de Architectuur.

We gaan ervan uit dat deze ontwikkelvisie een stimulans zal zijn voor veel bewoners in de wijk om deze voorstellen te ondersteunen en aan te vullen

 

Van de gemeente verwachten we dat ze onze concrete wijkaanpak zoveel mogelijk overneemt en als partner met ons wil samenwerken. Zo kan de gemeente daadwerkelijk initiatieven van de buurt ondersteunen en kunnen de benodigde instrumenten worden ontwikkeld, onder meer in het nieuwe bestemmingsplan. Wij hopen dat dankzij deze visie bewoners, bedrijven en gemeente vorm geven aan een verrassende, creatieve, groene, waterrijke, historische slenter- en dwaalwijk.

 

Mark, Erik, Jeroen, Jan

Hoofdstuk 1
Kansen en prioriteiten

Hoe krijgen we een wijk waar iedereen graag door slentert en dwaalt terwijl je tegelijkertijd de huidige diversiteit en levendigheid behoud en versterkt dat was voor ons de cruciale vraag? Er leven veel ideeën die we in een schema hebben gezet (zie bijlage). In dit schema lees je ook de prioriteiten, kansen en termijnen waarin we denken dat een en ander haalbaar is.

 

1.     De korte termijn, de genoemde “Quick wins” (kort) beslaat een periode van ongeveer 1,5 jaar. Het zijn projecten die snel te realiseren zijn of activiteiten die een direct gestart kunnen worden als aanloop van projecten die langer gaan duren.

 

2.     De middellange termijn, de genoemde “Bereikbare doelen”  (middel) beslaat de huidige collegeperiode tot 2018. We hopen dat het college onze doelen overneemt en deze projecten en activiteiten wil faciliteren.

 

3.     De langere termijn noemen we de “Stip op de horizon” (lang) Het zijn projecten en doelen die we hopen te realiseren na de periode van de huidige collegeperiode, dus na 2018. Het is wel van belang dat deze ontwikkelingen zoveel mogelijk worden ondersteund.

 

Alle voorgestelde projecten en activiteiten  hebben we in het schema geordend in drie verschillende hoofdgroepen met verschillende thema’s:

 

1.     Sociaal: Gezamenlijke initiatieven en zelforganisatie, Wonen in het Oude Centrum, Werken: bedrijven en winkels, Kwetsbare groepen en voorzieningen.

2.     Fysiek: Openbare ruimte en groen, Verkeer en parkeren.

3.     Economisch: Prostitutie, Toerisme.

 

We denken dat het schema een goed instrument is bij de ‘open source’ aanpak, het betrekken van zoveel mogelijk mensen bij deze visie. Het schema kan gemakkelijk worden gewijzigd en aangevuld waarbij het overzicht gehandhaafd blijft. Voor degenen die graag willen weten wat de achterliggende ideeën zijn,  hebben we het schema in hoofdstukken uitgeschreven, waarbij we per thema een toelichting geven.

 

 

 

Hoofdstuk 2
Gezamenlijke initiatieven en zelforganisatie

Wij hechten zeer aan zelforganisatie van de bewoners. Daarin staan kernbegrippen als zelfinitiatief, eigen kracht en eigen regie centraal. Zij sluiten aan op zelfbeheer en ontwikkeling van binnenuit en onderaf. Daar waar initiatieven opduiken, verdienen deze waardering. De overheid en andere instituties voor het buurtbelang moeten deze initiatieven ondersteunen en versterken met hun expertise: overheidsparticipatie in plaats van burgerparticipatie.

 

Onze aanbevelingen:
1. Stel de wijkvisie Spinozakracht op (kort)

Dit is met het schrijven van Sponozakracht 2.0 gebeurd. Rest ons ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk bewoners en betrokken partijen hiervan kennis nemen.

 

2. Werk de wijkvisie verder uit en implementeer de visie (middel).

Dit gaan we doen na voldoende feedback vanuit de wijk en betrokken partijen.

 

3. Breng initiatieven in de wijk bij elkaar en inventariseer ze (kort).

De wijkvisie is niet het einde van het buurtproces, maar veel meer een begin van een aantal activiteiten in de komende jaren, hopelijk in samenwerking met de gemeente, zodat bewoners in actie komen om een bijdrage te leveren aan de wijkvisie.

 

4. Voor het afstemmen en prioriteren van de initiatieven en ideeën gaan we via workshops en prijsvragen meer ideeën verzamelen bij bewoners en bedrijven (middel). Daarna willen we deze ideeën combineren met de voorgestelde projecten van de Wijkvisie en overal in de buurt presenteren zodat we vervolgens met elkaar prioriteiten kunnen vaststellen.

 

Inmiddels heeft de gemeente in dit verband al gevraagd aan onze wijk om:

·      Inzicht te geven en onderlinge verbanden te leggen tussen de diverse plannen, ontwikkelingen, 
meningen en initiatieven in de wijk ‘Het Oude Centrum’;

op vernieuwde wijze de opinie van de buurtbewoners inventariseren. Dit gebeurt inmiddels, bijvoorbeeld met het project “Ranking the spot”: bewoners krijgen een pizza als ze informatie leveren. Er zijn, dankzij de pizza, al zo’n 200 interviews gehouden met bewoners en bedrijven. Ook zijn er toeterbijeenkomsten: er wordt geclaxonneerd om mensen bij elkaar te roepen.
Alle verzamelde informatie wordt bij elkaar gebracht en zichtbaar gemaakt op een digitale kaart van het Oude Centrum; de zogenaamde “carto-tool”.

De verzamelde informatie te gebruiken als startpunt voor verdere besluitvorming. Het buurtoverleg zou dit moeten organiseren. Zo kan bepaald worden welke projecten een wezenlijke bijdrage gaan leveren aan een toekomstbestendige buurt.
5. Continueren initiatieven uit de buurt en een podium creëren (lang).

De voorgestelde aanpak 2.0 verandert de positie van het bestuur van de bewonersorganisatie. Zij is een rechtspersoon en krijgt geld van de gemeente voor projecten en huisvesting. Het bestuur kan daarmee projecten faciliteren en stimuleren.

Een interactief platform van actieve buurtbewoners kan daarbij ondersteunen en initiëren. De buurtkrant kan de highlights uit dit platform gebruiken voor haar kopij en om de mensen te stimuleren van dit platform gebruik te maken. De site van het Oude Centrum kan fungeren als centrum van interactieve buurtcommunicatie. Maar ook de sites van de WOM en Den Haag Centraal bijvoorbeeld kunnen dienen als platform. Mensen die iets bijzonders willen kunnen zo makkelijk contact opnemen.

Naast de virtuele podia komen er ook herkenbare plekken in de wijk waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Er zijn al enkele aanzetten, zoals de gezamenlijke buurtmoestuin Het Spinozahof. Voor de bewonersorganisatie wordt een plek in de wijk steeds belangrijker als vaste ontmoetingsplaats; het Spinozahuis zou een prachtige én symbolische plek zijn. Een ontmoetings- én debatruimte hier is geheel in de geest van de filosoof Spinoza. Deze locatie is gelegen aan de Paviljoensgracht bij het beeld van Spinoza precies in het midden van de wijk aan belangrijke verbindingsassen.

 

6. Wij zijn er van overtuigd dat op langere termijn al die initiatieven kunnen leiden tot een sterke en gedifferentieerde wijk, gedragen door bewoners (lang) met tolerantie voor elkaars verschillen.

Door bewoners en bedrijven te betrekken bij de projecten en activiteiten is er minder ruimte voor passiviteit en gedrag als consument; mensen gaan samenwerken aan gemeenschappelijke doelen. Bewoners en bedrijven ervaren hun omgeving als gezamenlijk eigendom en worden ‘producent van hun woonomgeving.

We willen hiermee zeggen dat zelforganisatie, ofwel aanpak 2.0, niet alleen maar dient als draagvlak voor gemeentelijk beleid, maar een wezenlijke manier is om een eigen en zelfstandig bestaan van de wijk vorm te geven.

De overheid en andere instituties voor het buurtbelang moeten initiatieven ondersteunen en versterken met hun expertise: overheidsparticipatie in plaats van burgerparticipatie.

 

7. Op korte termijn moet een interactieve Website worden uitgebouwd (kort) voor een “open Source” aanpak en een permanente communicatie met de buurtbewoners en bedrijven. www.spinozastad.nl wordt beter toegankelijk gemaakt. Onder andere onze nieuwe visie en het kaartmateriaal carto-tool zal hier zijn te vinden met tevens de mogelijkheid een reactie te leveren. Ook de actiepuntenlijst, waarop wordt bijgehouden wat er is gerealiseerd en wat er gerealiseerd gaat worden, komt op de site. De vernieuwde website krijgt een nieuwe naam: www.oudecentrum.nl

 

8. Onderzoek naar gezamenlijke duurzame energieopwekking (kort)  kan snel starten, mede dankzij de bewoners van de Lange Beestenmarkt. Zij zijn al enige tijd aan de slag met duurzame energieopwekking. De bewoners noemen zich “Langebeesten Energie(k)”. Dit initiatief kan dienen als voorbeeld voor andere straten. De Lange Beestenmarkt laat zien waarmee zij bezig is en maakt contact met andere straten in de wijk.

 

9. Uit het onderzoek naar duurzame energie volgt een ander actiepunt: binnen 10 jaar is  het Oude Centrum een energiewijk (lang); een wijk waar veel energie wordt geproduceerd.

Hoofdstuk 3
Wonen in het Oude Centrum

Het woningbestand in het Oude Centrum is zeer gevarieerd. Het is van oudsher een rijke wijk met chique panden en veel grachten voor de aanvoer van goederen. Een aantal van deze panden zijn verloren gegaan onder andere ten gevolge van de dwarswegplannen en de daar op volgende stadsvernieuwing in de jaren tachtig. Het toenmalig Buurtoverleg streefde er naar zoveel mogelijk historische bebouwing, hoe slecht ook, te renoveren of historisch te herbouwen. Vaak met succes.
Bij het begin van de stadsvernieuwing waren er dus door sloop, zogenaamde “open gaten” in de bebouwing. Op het voormalige terrein van het Zuidwalziekenhuis en op het voormalige tracé van de Dwarsweg de Nieuwe Molstraat, werden deze gaten in een snel tempo volgebouwd met nieuwbouwwoningen. Dit om te voorkomen dat de Dwarsweg alsnog kon worden aangelegd. Deze woningen werden vooral gebruikt als overlooplocatie voor de stadsvernieuwing in de Schilderswijk. De nieuwe huurwoningen werden volgens de toen geldende standaard ontwikkeld: 4-lagen portieketage-woningen. Dat was goedkoop in de bouw en het beheer. De woningen vormen een breuk in het historische karakter van de wijk.

 

Onze aanbevelingen:
1. Een van de kenmerken van het oude woningbestand is een grote verscheidenheid van woningen in sfeer, functies, bewoners en beheer. Bij de bloksgewijze nieuwbouw is dit in veel mindere mate het geval. Een van mogelijkheden om deze variatie te herstellen is bij verkoop deze woningen samen te voegen en uitbreidingen mogelijk te maken (kort).  Met dit transformatie idee van ‘ontwikkelend beheer’ voor deze afwijkende blokken zou op korte termijn begonnen kunnen worden.

 

2. Stoppen met het huidige uitponden per woning van woningcomplexen zoals de Nieuwe Molstraat (kort)  zou de eerste stap moeten zijn. Woningbouwvereniging Staedion heeft een aantal complexen aangewezen voor de verkoop aan particulieren. Wanneer meerdere woningen aan  verschillende eigenaren verkocht worden, kan er meer verscheidenheid in het woningbestand gerealiseerd worden. Daarvoor is wel nader onderzoek nodig.

 

3. Per portiek uitponden aan één eigenaar (kort)  is een van de mogelijkheden. In plaats van deze huurwoningen nu stuk voor stuk te verkopen, kunnen deze woningen per portiek verkocht worden aan bijvoorbeeld bewonerscoöperatie ‘s of andere collectieve opdrachtgevers. Deze  collectieve aanpak per portiek kan zorgen voor een grotere woningvariatie.

 

4. Het ondersteunen van bijzondere woonvormen, coöperaties, projecten voor Collectief Particulier Opdrachtgeversschap  (CPO) (kort) en het inzetten op woongroepen, Groepswonen Door Ouderen (GDO) (middel).

 

Een aantal bijzonder woonvormen vindt hun oorsprong in de geschiedenis van het Oude Centrum; ook dat maakt de wijk interessant. Het beleid van de gemeente over de WOM haakt hierop in; er moeten diverse woonvormen worden gerealiseerd, van duurdere appartementen, tot woningen voor starters en kunstenaars. Dat betekent ook differentiatie in prijs en beheer. Woningbouwvereniging Staedion is deelnemer in de WOM en is als grote huiseigenaar een belangrijke partij in de wijk. Voor bewoners en bedrijven zijn belangrijke thema’s in het overleg met huiseigenaren de variatie in grootte en de menging van wonen en werken.

Ook initiatieven van bewoners als ontwikkelaar moeten een kans krijgen. Op dit moment worden bij de renovatieprojecten van de WOM steeds meer kleine wooneenheden gemaakt. Dit betekent dat bewoners snel willen doorverhuizen naar een grotere woning en daardoor geen relatie opbouwen met de buurt.

 

Het wonen in groepen is bij de krakersbeweging doodnormaal. Zo lag krakersgroep Sirene aan de basis van het huidige Panderproject. Hier vind je gezamenlijk wonen, woonwerkwoningen en zelfstandige woningen. Er is ook een van eerste Haagse projecten Groepswonen Door Ouderen GDO gerealiseerd. De wachtlijsten voor Pander blijven groot; wij vinden het een mooi voorbeeld hoe verschillende woon- en werkvormen in één project gerealiseerd kunnen worden.

 

5. Actief initiatieven opzetten voor bijzondere woonvormen en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO), (middel).  Op langere termijn, afhankelijk van het eerdere onderzoek en de eerste praktijkervaringen, kunnen Staedion en de WOM zelf initiatieven nemen voor dit soort projecten.  Er zou een database kunnen worden samengesteld waardoor vraag en aanbod beter op elkaar afgesteld worden. Door beter te weten welke ruimtebehoefte leeft in de wijk van woonruimten, werkruimten, culturele ruimten, broedplaatsen, ateliers en dergelijke, kan specifieker op die functies worden ontwikkeld. Door gericht gewenste doelgroepen aan te spreken, die vervolgens als opdrachtgever functioneren, is de financiering van de ontwikkeling gemakkelijker rond te krijgen dan wanneer voor de anonimiteit wordt ontwikkeld. Wat bij het voormalige gebouw van Voortvaren maar gedeeltelijk is gelukt, zou hierdoor een nieuwe kans krijgen.

 

6. Onderzoek naar mogelijkheden van hergebruik bouwmateriaal (kort), panden en projecten (middel).

Onderzoek naar vormen van hergebruik van bouwmaterialen kan een substantieel milieu effect hebben. In de tijd van de stadsvernieuwing had de stichting Behoud Waardevol Erfgoed overeenkomsten met slopers dat zij eerst zelf het bruikbare materiaal mochten meenemen. Een eenvoudig maar waardevol initiatief vinden we: veel woningen die later in hun bezit kwamen zijn met deze materialen gerenoveerd.

 

7. Wij vinden het belangrijk dat ook panden en projecten worden benoemd, die in aanmerking komen voor transformatie en hergebruik, bijvoorbeeld de transformatie van een aantal stadsvernieuwingsblokken (lang), al is dit iets voor de langere termijn. De herontwikkeling woningbouw Nieuwe Molstraat-Rozemarijnstraat kan een van de eerste projecten zijn.

Hoofdstuk 4
Werken, bedrijven en winkels

Veel panden in het Oude Centrum werden vanwege de Dwarswegplannen in de jaren zeventig  gekraakt en vormden een toevluchtsoord voor studenten, kunstenaars en muzikanten. Het waren vaak de bewoners van deze kraakpanden die met de nieuwe initiatieven kwamen, bijvoorbeeld de Blauwe Aanslag, de Waterspin, het Pandercomplex en drukkerij Voortvaren. Het Oude Centrum werd mede door deze ontwikkelingen een creatieve buurt. Veel van deze voormalige krakersinitiatieven zijn nu gevestigde organisaties met een eigen uitstraling en zijn een voorbeeld voor nieuwe initiatieven.
 

Onze aanbevelingen:
1. Stimuleren verlenging Avenue Culinaire langs de gracht (kort).

De horeca in de wijk -van buurtkroeg, tot de allerchicste sterrenrestaurants- horen bij het Oude Centrum. Het horeca-lint aan beide zijden van de gracht kan een belangrijke impuls voor de bedrijvigheid in het Oude Centrum zijn. Vroeger was het een gebied met raamprostitutie; nu komen er steeds nieuwe eetgelegenheden bij. Deze bedrijvigheid beperkt zich echter tot een klein deel en in hoofdzaak aan één zijde van de gracht.

Bevorderd moet worden dat ook de overzijde van de gracht betrokken wordt bij Avenue Culinaire. Om de “loop” naar de Boekhorststraat via de Zuidwal te bevorderen zou de Avenue Culinaire doorgetrokken moeten worden tot aan de Boekhorstsraat. De huidige prostitutiestraat (Doubletstraat) beperkt echter de mogelijkheden. In het hoofdstuk prostitutie doe we voorstellen om de negatieve uitstraling om te buigen in een positieve ontwikkeling.

 

2. Mogelijkheden open houden in het bestemmingsplan voor gemengd gebruik wonen en werken. (kort). Het bestemmingsplan is bij uitstek een instrument waarbij de gemeente voor de bestemmingen regelend kan optreden. In dit plan kan geregeld worden dat het College van Burgemeester en Wethouders een wijzigingsbevoegdheid hebben voor bepaalde vooraf beschreven functie. Deze wijzigingen zou moeten gelden voor de woningen op de begane grond waarbij wonen en werken kan worden gecombineerd zodat de gewenste bedrijvigheid op straatniveau kan worden gehandhaafd of zelfs worden gestimuleerd.

 

3. In welke straten dit mogelijk en zelfs gewenst is, zal met behulp van  een Analyse van mogelijkheden aan de straat voor bedrijven/winkels of wonen (kort) kunnen worden uitgezocht. Deze analyse zou nog kunnen worden meegenomen met het nieuwe bestemmingsplan dat in 2015 zal worden afgerond. Er mag natuurlijk geen overlast door ontstaan voor de overige bewoners.

 

4. Voor Staedion en de WOM zien we een aantal mooie taken zoals een regeling voor tijdelijk lage huren voor bedrijfsruimtes begane grond. (middel) ten behoeve van het stimuleren van starters.

 

5. Ook het omgekeerde zou kunnen worden bekeken door bedrijfsruimtes te transformeren tot woningen (middel). Hierdoor ontstaat een interessant en gevarieerde bedrijvigheid gemengd met wonen; een belangrijke impuls voor de na te streven diversiteit.

 

6. Boekhorststraat initiatieven de ruimte geven, het zogenaamde Broekenhuis experiment (kort).

Resultaat van de Ideeënwedstrijd City Mundial: in het voormalige Broekenhuis, een groot winkelpand, komt een zogenaamde Boomhuttenclub, een kinderspeelplaats met horeca. Initiatief om de Boekhorststraat te revitaliseren.

 

7. Ideeën ontwikkelen voor hoekpand Boekhorstraat en Grote Markt (kort).  Een enkel pand kan een ontwikkeling in gang zetten of blokkeren. Zo’n pand is het Kwantumgebouw. Op dit moment is het een pand met weinig uitstraling. Als dit pand beter wordt benut, kan het publiek zijn weg naar de Boekhorststraat beter vinden en gaat de Boekhorststraat meer bij het winkelcentrum horen. Wellicht kan samen met ontwikkelaar Breevast gezocht worden naar een oplossing om de sleutelfunctie van dit pand te benadrukken. Er zou bijvoorbeeld een prijsvraag kunnen worden uitgeschreven onder bewoners. We opteren in ieder geval voor een interessante culturele functie met horeca, waardoor het veel publiek kan trekken. Via een dakterras heb je een prachtig uitzicht op de Grote Markt en de Grote Marktstraat.

 

8 Het zou bijvoorbeeld een prachtige locatie zijn voor “Stroom” en een Haags Architectuurcentrum.  Breng Stroom definitief in het Oude Centrum (lang). Stroom hoort in het Oude Centrum en niet op een plek aan de Centrumring. Hier hebben hun activiteiten geen enkele uitstraling voor de omgeving.

 

9. Broedplaats Glasblazerslaan- Concordia opzetten (middel.)  Een deel van de school aan de Glasblazerslaan komt misschien leeg. Dit gebouw grenst aan Concordia dat oorspronkelijk bedoeld was als broedplaats voor beeldende kunstenaars en podiumkunsten. Deze broedplaats lukte slechts ten dele. Omdat de podiumkunsten het financieel lieten afweten en de zaal waar Domela Nieuwenhuis ooit heeft opgetreden, toch moest worden gehandhaafd, werd het hart van Concordia eigenlijk een functieloos hart. Met een aangrenzende broedplaats in het schoolgebouw krijgt Concordia de oorspronkelijke broedplaatsfunctie terug.

 

10. Lokale economie: overloop stimuleren uit Transvaal en Schilderswijk. (middel)

In Transvaal en de Schilderswijk zijn veel lokale economische initiatieven: winkels, horeca en kleine bedrijven (detailhandel en kleinschalige maak-industrie). Om niet alleen kappers in het oude centrum te zien verschijnen lijkt het goed om te inventariseren welke lokale initiatieven uit beide wijken ook in het oude centrum te faciliteren zijn

Dit kan de levendigheid, multiculturaliteit en functionaliteit van het oude centrum versterken.

 

11. De Grote Marktstraat heeft grote invloed op het veel kleinschaliger gebied van het Oude Centrum. De neiging bestaat om het Oude Centrum als een achterkantgebied te beschouwen van de Grote Marktstraat, waarbij de aanliggende routes fungeren als distributieroute, parkeergelegenheid voor bezoekers, aanrijroutes en stalling voor fietsen. We moeten oppassen dat functies die een negatieve uitstraling hebben op de Grote Markstraat, niet verplaatst worden naar het Oude Centrum.

Tegenover de negatieve invloeden, biedt het grote aantal bezoekers aan de Grote Markstraat ook kansen voor het Oude Centrum. We stelden ons daarom de vraag hoe we de verschillende publieksgroepen kunnen verleiden tot een bezoek aan het Oude Centrum. Daarbij zijn aantrekkelijke verbindingsroutes vanzelfsprekend een ‘must’. De routes tussen de Grote Markstraat en de grachten kunnen door een grote variatie aan bedrijvigheid en producten aantrekkelijk zijn voor bezoekers.  Het thematiseren van deze straten kan een belangrijke impuls betekenen voor de bedrijvigheid en voor de herkenbaarheid. We stellen dan ook voor om de wijkstructuur te  stimuleren en te versterken (lang).

 

12. Het versterken van de wijkstructuur kan door de winkelfuncties in de aanloopstraten te thematiseren (kort). In algemene zin is het van belang om kleinschaligheid en ambachtelijkheid te behouden en te stimuleren. Dit versterkt het karakter van het Oude centrum

 

De Wagenstraat is een belangrijke verbindingsroute van Holland Spoor naar het Centrum. Het heeft de potentie zich te ontwikkelen als een grootstedelijke winkelstraat. Recente herinrichting van het gebied bij het Holland Spoor en bij het parkeerterrein achter de Bijenkorf hebben deze route een duidelijk begin- en een eindpunt  gegeven. Ambachtelijke bedrijvigheid was een belangrijk kenmerk uit het verleden, maar avondwinkels, kapperszaken en massagesalons zijn daarvoor in de plaats gekomen. De herinrichting van de rest van de Stationsstraat en de Wagenstraat onder de vlag van “de rode loper” als aanlooproute naar de binnenstad, geeft nieuwe kansen.

Een deel van de Wagenstraat bestaat uit een specifiek winkelgebied: Chinatown. Dit gebied heeft zich de laatste jaren onderscheiden als een Oosters centrum. Voor zover bekend is het de enige Chinatown in Nederland. Het gebied is een Bedrijven-investeringszone (BIZ) en heeft een zeer actieve ondernemersvereniging. De komst van speciale, Aziatische winkels, restaurants, maar ook het Vredesmuseum Yi Jun en de viering van het Chinees nieuwjaar, trekken veel bezoekers van verschillende nationaliteiten.

 

Bij de Boekhorststraat ligt de nadruk op de verscheidenheid van kleinere winkels. Het is een verbindingsgebied tussen de Grote Marktstraat/Prinsegracht en de grachten en is gericht op winkels die het ketenaanbod van de winkels in het kernwinkelgebied ontstijgen. Hier zou men moeten vinden wat men in centrale stad niet tegenkomt, maar ook wat een woonbuurt voor zijn alledaagse levensbehoeften nodig heeft (gereedschap, dagelijkse boodschappen). Een duidelijke kleinschalige identiteit is (nog) moeilijk te geven en zou gestimuleerd moeten worden..

 

Bij de Lange Beestenmarkt ligt de nadruk op kleinschalig ondernemerschap en andere vormen van kleinschalige bedrijvigheid zoals antiek- & brocantezaken, ateliers en architecten. Deze straat is actief in allerlei vormen van zelforganisatie op het gebied van milieu; er wordt inmiddels actief gestreefd naar een “Energiestraat”.

De verbinding over de Prinsegracht heen naar de Korte Beestenmarkt kan eenvoudig worden verbeterd (op de kop van de tramtunnel) en biedt daarmee een kans voor een doorlopende route over de grenzen van de wijk heen.

 

De ondernemersvereniging Tussen de Grachten heeft lang geleden een plan voor de Brouwersgracht en omgeving geschreven: Brouwersgracht Organic Plaza. Het plan beoogt iets te doen aan de leegstand en de onduidelijke winkelbranchering. Er is behoefte aan een buurt waar kleine ondernemingen een kans krijgen op het gebied van duurzaamheid en creativiteit. Met projecten zoals Pander en de Waterspin in de onmiddellijke omgeving, is er een draagvlak voor dit soort van ontwikkelingen.

Hoofdstuk 5
Kwetsbare groepen en voorzieningen

De aanwezigheid van enkele zwakkere groepen is eveneens een kenmerk van het Oude Centrum. Vooral de Wagenstraat is door verschillende  opvangmogelijkheden een druk bezochte straat van daklozen. Hoewel dat vaak tot overlast en wrevel leidt, versterken deze mensen ook de diversiteit van het gebied. De uitdaging ligt in een natuurlijke integratie van verschillende bewoners en gebruikers van Het Oude Centrum. Ook de kinderen die opgroeien in de stad verdienen onze bijzondere aandacht. Pleinen, groene parkjes en binnengebieden zijn daarom noodzakelijk.

 

Onze aanbevelingen:
1. De wijkcentrumfunctie van wijkcentrum De Sprong versterken als knooppunt van activiteiten en service (kort). Het wijkcentrum De Sprong heeft op dit moment de titel “Buurthuis van de Toekomst” en is als huis van de wijk dé ontmoetingsplek voor bewoners, organisaties en ondernemers. Verschillende mensen werken aan plannen om hier verder invulling aan te geven. Zeker als we verschillende voorstellen voor “Eigen beheer” van de ontwikkelvisie willen realiseren zal deze locatie voor veel activiteiten steeds belangrijker worden. Dit geldt zeker voor de ontwikkelingen in de Thuiszorg. Het buurthuis zal daar een centrale rol in moeten vervullen. Opheffen is dus uit den boze.

2. Uit onze eerste aanbeveling volgt onze tweede: de Thuiszorg en dagbesteding ouderen accommoderen in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (kort). De zorg wordt steeds meer een collectieve taak voor buurtbewoners. In veel steden wordt dit op grote schaal al ingezet.

3. Dit vereist in ieder geval een sterk sociaal netwerk en zorg-cultuur voor ouderen (lang)

4. Communicatie met en integratie van opvanglocaties Oude Centrum (kort). In een deel van de Wagenstraat is een deel van de Haagse daklozenopvang gevestigd. Deze mensen zijn regelmatig in dat deel van de Wagenstraat te vinden en leveren commentaar op passerende bezoekers. Een betere integratie moet mogelijk zijn. Het Buurtoverleg praat met het Leger des Heils over oplossingen waar alle partijen mee kunnen leven.

 

5. De uitdaging ligt in een natuurlijke integratie van verschillende bewoners en gebruikers van het Oude Centrum.  Een van de mogelijkheden is de gebruikers van opvanglocaties een actieve rol in de buurt te geven (middel).

 

6. Een doorlopende hofstructuur voor kind, ouders en ouderen (lang). De hofjes zijn van oudsher besloten gebieden. Waar mogelijk zouden deze hofjes onderdeel kunnen zijn van een Hofjesroute.

 

7.Wij vinden een  gevarieerde samenstelling van de bevolking van het Oude Centrum van groot belang. Daar horen ook gezinnen bij. Ook in het Oude Centrum groeien veel kinderen op. Ze zijn bij de inrichting van de wijk vaak vergeten. Een kindvriendelijke wijk is een goede, openbare ruimte voor iedereen met kindvriendelijke en meisjesveilige parken, stoepen en pleinen. In het bijzonder geldt dit voor het verder ontwikkelen van meerdere –vaak wat verborgen- kindvriendelijke (binnen-) gebieden (middel).

 

8. Op deze plekken kunnen  meer bewegingstoestellen geplaats worden zodat hiermee de beweging van  kinderen en ouderen kan worden gestimuleerd (middel).

 

9 Stilte is naast alle bedrijvigheid ook een belangrijke voorwaarde voor het wonen in het Oude Centrum. De verborgen binnengebieden zijn hier een mooi voorbeeld van. We pleiten dan ook voor het ontwikkelen van “rust-routes” en voor obstakelvrije routes (middel).

Hoofdstuk 6
Openbare ruimte en groen

Het Oude Centrum kent vele min of meer verborgen plaatsen die een bijzondere identiteit en kwaliteit aan de buurt geven. Het zijn vaak plaatsen die van oudsher het domein waren van de voetganger: verborgen hofjes, omsloten tuinen, poorten en doorsteekjes. Ze zijn uniek en van grote waarde voor het verblijfsklimaat van onze wijk. Ze zijn divers van aard: wilde binnentuinen in zelfbeheer, streng monumentale tuinen, arbeidershofjes met kippen- en konijnenhokken, een zelf getimmerde speelhut, romantische hofjes met weelderige begroeiing, en een schoolplein. Tezamen vormen ze een netwerk vol verrassingen. Dit soort binnenruimtes dienen gekoesterd en versterkt te worden. Deze ‘vrije’ gebieden zijn een voorwaarde om met opgroeiende kinderen in de binnenstad te kunnen wonen.

 

We willen graag kijken hoe het Oude Centrum als een ecosysteem kan gaan fungeren. De wijk is er niet alleen voor bewoners, bedrijven en bezoekers, maar is ook een natuurlijke plek voor groen, vogels en andere dieren. Hoogstedelijke gebieden en natuur sluiten elkaar niet uit, maar kunnen elkaar versterken. Voor de mens maakt natuur in de stad, de stad leefbaar, voor de natuur kan de stad een goede habitat vormen; een groot landschap van groene daken, bruine daken, tuinen, binnentuinen, parkjes, groene gevels en nestkasten.

 

Onze aanbevelingen:
1. Het stimuleren van vergroening van onze wijk (kort) in samenwerking met buurt- en bewonersorganisaties. Een goed voorbeeld wat bewoners zelf kunnen doen in dit kader, is de groep “Lusthof”, waarin bewoners uit de Stationsbuurt en het Oude Centrum met elkaar plannen maken en uitvoeren. De moestuin in de Spinozastraat is een van hun eerste initiatieven. Wij vinden het bijzonder, te zien hoe mensen met een verschillende culturele achtergrond hun eigen gewassen telen. De groep gebruikt deze tuin ook voor het verder uitbouwen van nieuwe projecten zoals een groenmarkt voor de uitwisseling van zaadjes, stekjes of jonge zelf gekweekte planten.

Ook het groene lint van Blauweregen tussen station Holland Spoor en het centrum is een van hun initiatieven. De gemeente leverde de planten en de “Buurtmannen” verrichtten het graaf-en plantwerk. De groep heeft via de WOM tijdelijk een eigen pand.

 

2. De groene route van Hollandspoor naar het Centrum kan een voorbeeld worden voor andere groene straten en routes. Zo wordt de wijk ook een groen dwaal en slentergebied. De grachten (lang) lenen zich uitermate goed voor vergroening, maar ook de Boekhorststraat, Nieuwe Molstraat en Lange Beestenmarkt (middel).  Vanuit het relatief groenste plein: Het Helena van Doeverenplantsoen zou een groene route kunnen ontwikkeld Hamerstraat- Nieuwe Molstraat naar de Groen pleinen op de Paviljoensgracht

 

3. We willen onderzoeken hoe de verschillende (potentiële) groengebieden (binnentuinen, daken, gevels enzovoort) één doorlopend groensysteem kunnen gaan vormen. Zodat heel praktisch kan worden aangegeven wat je bij renovatie/nieuwbouw en groenbeheer kunt doen. Veel ingrepen kosten geen extra geld (zoals een mussengoot) en zijn slechts een kwestie van gewoon doen. Er is veel deskundigheid bij onder andere de Vogelbescherming en het Milieucentrum.

 

4. Het beheer van de bijzondere binnengebieden moet vanzelfsprekend in overleg met de bewoners gebeuren. Wel stellen we als voorwaarde dat ze kindvriendelijk zijn (lang).

Voorbeelden hiervan zijn: de Kloostertuin – speelparkje via de steeg in de Wagenstraat – Rozenmarijnhof – diverse hofjes – Pander/Waterspin.

 

5. Herstellen en verbeteren verbinding Lange Beestenmarkt – Prinsegracht (middel). Wij vinden dat het Oude Centrum een betere relatie moet hebben met de rest van de omliggende stad. Door middel van groen en herinrichting van de openbare ruimten, kan die bereikbaarheid als vanzelfsprekend ontstaan. We denken daarbij ook aan de verbinding over de Prinsegracht naar de Westeinde-kant en aan de overgang bij de Lange Beestenmarkt.

 

6. Binnengebied Rozemarijnstraat herontwikkelen in relatie tot gebruik (middel).  Een verbinding met de grachten en de Rozemarijnhof en een duidelijkere relatie met de Boekhorststraat kan leiden tot een interessante plek in de buurt. Een architectenbureau in de buurt, heeft voor dit gebied een ontwerpstudie gemaakt met de naam “Place du Trouvaille”.

Een andere mogelijkheid is om dit gebied meer te betrekken bij de Paviljoensgracht en de Nieuwe Molstraat.

 

7. Parkeerplaats achter de Bijenkorf wordt buurtplein met fietsparkeren (middel). Het parkeerterrein achter de Bijenkorf is al meer dan dertig jaar een doorn in het oog van de bewoners van het Oude Centrum. Op een volstrekt verkeerde plek in de binnenstad probeert een dikke stroom auto’s hier een plekje te vinden. Met alle verkeersopstoppingen van dien. Sinds kort is dit plein gedeeltelijk ingericht als fietsenstalling waardoor er minder ruimte is voor auto’s om te parkeren.

Ooit hebben we als buurt geprobeerd om op deze locatie het Spuitheater te realiseren zodat de historische bebouwing langs het Spui niet gesloopt hoefde te worden. Hiermee had deze plaats nieuwe allure kunnen bieden aan de achterkanten van de Bijenkorf en de Hema. Op langere termijn zou een goed woonprogramma gecombineerd met horeca en winkels met een voorziening voor fietsen een echte verbetering zijn.

 

8. Herkenbare unieke pleinen en parken (lang). De openbare ruimte is de omgeving waar de buurtbewoners elkaar treffen. Vooral de pleinen hebben hierbij een bijzondere betekenis.

Pleinen en parken zijn de concentratieplekken in de stad. Het opwaarderen van deze plekken heeft uitstraling over een veel groter gebied. We  streven naar reeksen van herkenbare pleintjes en groenvoorzieningen als stepping stones.

De Lutherse kerk verdient een prachtig en groen voorplein. Er is een kans om dit te realiseren; we moeten die kans niet laten schieten, want het is nu niets anders dan een onduidelijke aanrijroute van de parkeergarage.

 

9. Maak van het einde van de Grote Marktstraat en de Lutherse Burgwal, het hoogtepunt van de Grote Marktstraat. Deze plek werd, na de inrichting in het kader van het VCP, een grote lege vlakte. Een grote tegenstelling met de terrassen op de Grote Markt. Intussen zijn er wel bakken met bomen geplaatst, maar fiets- en wandelverkeer loopt onduidelijk door elkaar heen. Deze plek biedt unieke kansen. De verbinding met de Boekhorststraat kan veel duidelijker. Te denken valt aan een groot stedelijk accent zoals een fontein of een kunstobject. Deze locatie zou ook zeer geschikt zijn voor een prijsvraag. Het doortrekken van de verlichting kan een begin zijn.

 

10. Het Rabbijn Maarsenplein is een groen stedelijk plein en was vroeger een schoolplein. Door acties van bewoners zijn de statige Platanen behouden gebleven. Als groen plein is het een pareltje in het stadscentrum. De bezonning, de omliggende bebouwing en de kwaliteit van de verbindingsstraten laten echter te wensen over. Als verblijfsplein functioneert het daarom niet optimaal. Het plein dient vooral als aanlooproute naar de parkeergarage die met zijn negatieve uitstraling het hele plein domineert. Kansen liggen er door vanaf dit plein betere aanlooproutes te maken met de omgeving en de verbinding met de tuin van de Nieuwe Kerk te verbeteren. Een transformatie van de parkeergarage, zowel in uitstraling als (deels) in gebruik zou daar een grote stap in betekenen.

Een bijzonder kruispunt bij de gracht is het Wagenplein. Het heeft potentie als ontmoetingsplein in relatie met de grachten, maar dan zal er iets moeten gebeuren aan de herinrichting. De laatste tijd komen hier steeds meer horecafuncties die vaak tot diep in de nacht overlast veroorzaken. Als ontmoetingsplein functioneert het nu slecht maar het plein biedt een kans voor het doortrekken van de grachtensfeer de stad in.

 

11. Het Helena van Doeverenplantsoen (Het vroegere Zuidwalland) had voordat de scholen werden gebouwd, door zijn maat allure als speelgebied. Er was zelfs een vaste beheerder die zorgde dat er geen al te grote bende ontstond. Het gebied verdient meer aandacht omdat het een van de weinige groene plekken is in het Oude Centrum en regelmatig wordt gebruikt. Met name als verblijfsplek voor kinderen en ouderen biedt deze plek enorm veel mogelijkheden.

 

12. Stimuleer de beeldende kunst in de openbare ruimte (kort). Kunst in de openbare ruimte hoort bij de creatieve buurt. Datgene dat in de buurt zelf wordt geproduceerd moet je ook laten zien. Kunst is een uitdrukking  van de vitaliteit van dit gebied en verdient een plaats op de knooppunten en belangrijke plekken langs de verschillende slenterroutes. Een voorbeeld van een bewonersinitiatief in de Zeeheldenbuurt is de prachtige gevarieerde tuin met prachtige beelden. Ook het stimuleren beeldende kunst in openbare ruimte zou een prima project voor Stroom zijn waarmee ze hun genoemde verhuizing naar het Kwantumgebouw kunnen aankondigen..

Hoofdstuk 7
Verkeer en parkeren

Voor de knelpunten in het verkeer heeft de verkeerswerkgroep al eerder een uitgebreide brief gestuurd naar de Wethouder verkeer. Deze werkgroep heeft met hen een wandeling gemaakt om duidelijk te maken waar het om gaat en welke kansen er liggen voor aanpassingen. Tot nu toe zijn veel zaken door de gemeente afgewezen als onhaalbaar of niet nodig. Hieronder zijn ook de meeste voorstellen uit de brief genoemd, waarvan we denken dat ze wel degelijk potentie hebben en haalbaar gemaakt kunnen worden.

 

Onze aanbevelingen:
1. De huidige en eventuele nieuwe verkeersluwe gebieden geven meer ruimte aan voetgangers en fietsers. Het ligt voor de hand gebruik te maken van de huidige verkeersluwe gebieden (kort).

 

2. Deze kunnen specifiek voor deze gebruikers ingericht worden door herinrichten van deze gebieden (middel).

 

3. We pleiten dan ook voor een volledige transformatie van deze verkeersluwe gebieden (lang). We kunnen duidelijker laten zien waar de auto niet verder kan en door het  vergroten van het autoluwe gebied en deze ruimte gebruiken voor groen- en pleininrichtingen.

Een goed voorbeeld is de Paviljoensgracht. Door de herinrichting als gevolg van het VCP, is het een straat geworden met potentie als een centraal plein. Op dit moment levert het brede straatprofiel allerlei verkeersproblemen op zeker met de aansluitingen naar de Stille Veerkade en de Nieuwe Molstraat.

 

4. De Nieuwe Molstraat is door het VCP een doodlopende straat geworden en is feitelijk een verkeersluw gebied. De huidige straat heeft een veel te breed profiel voor een doodlopende straat die uitsluitend dient om te parkeren. Daarom vinden we dat de Nieuwe Molstraat moet worden afgesloten voor verkeer bij de Paviljoensgracht (kort) en daarna worden heringericht als autoluw gebied (middel).

 

5. Ook de Herderstraat heeft op dit moment een onduidelijk inrichting met een raar onhandig paaltje voor fietsers. Dus wij vinden dat ook de  Herderstraat moet worden afgesloten bij de Paviljoensgracht (kort) en daarna worden heringericht (middel).

 

6. Voor de Boekhorstraat is het ingewikkelder. Bij het VCP is vooral op verzoek van de ondernemers deze straat toegankelijk gemaakt voor het autoverkeer in verband met het laden en lossen. Omdat grote vrachtwagens de bocht bij de Zuidwal niet kunnen maken is de straat doorgetrokken richting Paralelweg. Hierdoor is het een aantrekkelijke route geworden om van het ene deel van de stad naar de andere te komen en is er vaak veel autoverkeer. Er gaan nu stemmen op om het verkeer te beperken. Bekeken kan worden of een deel van deze straat kan worden aangepakt door herinrichten van de Boekhorstraat tussen Grote Markstraat en Herderstraat (middel) als verkeersluw gebied. Tijdens venstertijden kan dan laden lossen worden toegestaan

 

7. Ontwerp voor aansluitingen “Rode Loper” voor alle dwarsverbindingen (kort). Voor de nieuwe inrichting van de straat tussen het Hollandsspoor richting centrum zijn al heel lang plannen gemaakt. In de jaren negentig werd hiermee enthousiast begonnen onder de naam Het Lint” Nu heet het plan om deze route te verbeteren de “Rode Loper”. Een van de belangrijkste commentaren op dit plan is dat niet de vraag is gesteld waarom vorige plannen zijn mislukt.

Zowel bij het begin van de route, het Stationsplein en het einde de Wagenstraat, heeft al een herinrichting heeft plaats gevonden. Wij vinden dat De Rode Loper meer kans maakt als de kruispunten worden benadrukt. Zeker het kruispunt bij de gracht en de verbinding met het Wagenplein kan het knooppunt worden van veel verschillende activiteiten. Hier kunnen wateractiviteiten en horeca elkaar vinden.

Ieder kruispunt heeft zijn eigen kansen en een eigen oplossing nodig. Pas dan krijgt de “Rode Loper” betekenis voor de stad.

Sommige kruispunten zijn nu nog ronduit gevaarlijk. Het kruispunt bij de Veerkaden kan alleen worden opgelost als de grote stroom auto’s op zoek naar een parkeerplek, vermindert.

Voor de vaststelling van het profiel en de soorten verkeer is een uitgebreide vorm van inspraak toegezegd door de gemeente.

 

8. Om de stroom zoekende automobilisten te beperken is het opstellen van een visie op het parkeerbeleid op langere termijn (kort) noodzakelijk. Het scheiden van de oplossingen voor het bewoners parkeren en het parkeren van het winkelende publiek is in ieder geval noodzakelijk. Het winkelend publiek moet zo snel mogelijk de parkeergarage bij het Spui of de Amsterdamse Veerkade in. Voor het bewoners parkeren moeten extra plekken vrijkomen om normaal thuis te kunnen komen zonder een half uur rondjes te rijden.

 

9. Om de groene binnengebieden zoveel mogelijk te sparen moeten de parkeereisen bij nieuwbouw worden aangepast (kort) zodat niet bij iedere nieuwe nieuwbouw extra parkeerplaatsen moeten worden gemaakt.

 

10. Het fietsverkeer in de stad is fors toegenomen en dat vraagt om een visie voor het  fietsenstallen (kort). De gemeente heeft voorjaar 2015 een nota ter goedkeuring aan de raad voorgelegd.

 

11. Een van de voorstellen is de transformatie van de parkeergarage aan de Amsterdamse Veerkade (middel). Voor de garage circuleren al geruime tijd meerdere plannen zoals het verbeteren van de begane grond door er winkels te maken. Er verandert echter weinig.

Om te voorkomen dat automobilisten rondjes blijven rijden op zoek naar een parkeerplaats zou het parkeren in deze garage veel vanzelfsprekender gemaakt moeten worden door de toegang vanaf de Amsterdamse Veerkade toegankelijk en duidelijker te maken via een uitvoegstrook en bebording. Het plan om hier fietsparkeren onder te brengen is een goede gedachte.

 

12. Beter zou echter zijn om het  fietsparkeren op eerste laag te plaatsen van de parkeergarage aan de Lutherse Burgwal (middel) en op termijn op de eerste laag van de tramtunnel (lang).

 

13. De rest van de parkeergarage Lutherse Burgwal zou alleen gebruikt kunnen worden voor bewonersparkeren (middel), met een entree vanaf de Herderstraat.  Hierdoor kan een einde gemaakt worden aan de onduidelijke verkeerssituatie bij de Gedempte Gracht en de Lutherse Burgwal waar voetgangers, fietsers en automobilisten volledig de weg kwijt raken. Het besluit om op deze plaats een parkeergarage te maken was van begin af aan verkeerd. Parkeren in het hartje van het centrum was en is taboe. Na de invoering van het Verkeerscirculatieplan is met kunst en vliegwerk deze garage bereikbaar gehouden voor de automobilisten.

 

14. De verkeerssituatie op de grachten is vooral bij de terrassen en terrasboten ronduit gevaarlijk. Te veel auto’s die ook hier vaak te hard rijden. Het voorstel is om de grachten tijdens de tijden dat er veel bezoekers zijn,  af te sluiten met “pollers”. Tijdens venstertijden kan net als in andere gebieden van het centrum worden geladen en gelost. Dat betekent op middellange termijn de grachten autovrij, maar in ieder geval zo snel mogelijk autoluw (kort) worden gemaakt.

 

15. Bij de plannen voor het nieuwe Spuiforum is ook een plan ingediend voor het herstel van grachten zoals ze vroeger liepen. Waarom dat niet doorgetrokken voor het Oude Centrum? Zeker nu met de invoering van het VCP de straatprofielen te groot zijn en de auto’s van de weeromstuit te hard gaan rijden. De stad kan zich hiermee op de kaart zetten als “grachtenstad”. Door op langere termijn de  grachten terug te brengen op Veerkaden en Paviljoensgracht (lang) Vaak wordt het terugbrengen van de grachten op Veerkaden en Paviljoensgracht als een utopie van de hand gewezen. Ook de hoge kosten zijn een argument om dit niet te doen. Tegen de achtergrond van de enorme investering in de “Rode Loper” ligt er een unieke kans om deze ambities te realiseren. Een optimale wijk met vooral voetgangers en fietsverkeer. Veel hoogwaardig groen met een eigen specifieke identiteit en verschillende enclaves. Als we dit afwegen tegen de mogelijke opbrengsten is dit wellicht wel een reëel voorstel. Het zou in ieder geval de moeite waarde zijn het te onderzoeken.

 

16. Een bijkomend voordeel is dat het parkeren op straat op termijn helemaal kan verdwijnen door het bewoners parkeren op te nemen onder de nieuwe grachten (lang).

Hoofdstuk 8
Prostitutie

De prostitutie is een niet door iedereen gewenste maar wel een van de meest bekende activiteiten in de buurt. De Doubletstraat is een oude prostitutiestraat en vormt het restant van wat ooit een veel groter prostitutiegebied was. Het vorige  gemeentebestuur had plannen om de prostitutie in de Doubletstraat op te heffen, maar trok daarvoor te weinig geld uit, waardoor de straat nog steeds een prostitutiestraat is. Nog steeds moeten we rekening houden met twee scenario’s: één waarbij de prostitutie blijft gehandhaafd en waarbij we vooral de negatieve gevolgen van deze activiteiten moeten zien in te dammen en één waarbij de prostitutie wordt opgeheven en waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van de nieuwe kansen die dit voor de hele omgeving biedt.

Het nieuwe gemeentebestuur heeft besloten zelf niet grootschalig panden te gaan aankopen; dit wordt overgelaten aan particulier initiatief. Voor een betere beheersing van onregelmatigheden is wel besloten een groot deel van het Oude Centrum als noodgebied te benoemen. Hierdoor is extra camerabewaking mogelijk. De Doubletstraat blijft echter een verloederd achterafstraatje met half ingestorte panden. Bijkomend nadeel: de Looierstraat is door middel van een muur afgesloten van de grachten.

 

Onze aanbevelingen:
1. Het Haags Economisch Interventie Team (HEIT) heeft een nieuw pand op de hoek van de Paviljoensgracht en de Doubletstraat. Hun takenpakket is uitgebreid en dit biedt nieuwe kansen. Het team functioneert als een prostitutieteam in de buurt (gerealiseerd).

 

2. We stellen voor om de samenwerking met dit team (HEIT) uit te bouwen tot een structureel overleg dat leidt tot een beheerplan in samenspraak met de buurt (kort).

 

3. Niet wachten op initiatieven van particulieren als het gaat om de aankoop van panden. We willen graag dat een aantal mogelijkheden wordt onderzocht. Zoals het op korte termijn vinden van alternatieve locaties voor de prostitutie in bijvoorbeeld de Megastores (kort).

 

4. Onderzoek het toeristisch potentieel van een rode buurt (kort).

Op dit moment zit de prostitutie in een achterafstraatje met panden die op instorten staan. Als je als maatschappij prostitutie toestaat moet het zich ook afspelen in de openbaarheid. Je moet het laten zien en het beste ervan maken. De rosse buurt in Amsterdam trekt jaarlijks duizenden bezoekers.

 

5. Dat betekent verder dat we ook op zoek moeten naar de mogelijkheid voor Prostitutie op een andere locatie. (lang)

 

6. Ook de mogelijkheden om de Doubletstraat te integreren in het stedelijk weefsel (functioneel en ruimtelijk) (lang) zou onderzocht kunnen worden.

 

7. Hierbij moeten we streven naar een verdere verzelfstandigen van de prostituees volgens Amsterdams model (middel).

 

8. Verder zou de Looierstsaat met de gracht verbonden kunnen worden door het verplaatsen van de muur (middel).  Omdat in het verleden veel overlast was van de  prostituanten in Rozenmarijnhof is dwars in de Looierstraat een muur gebouwd. Deze muur heeft de hinder verminderd, maar het gebied werd daardoor wel afgesloten van de gracht. Een van de weinige oorspronkelijk pakhuizen die zijn functie ontleende aan de gracht werd zo onzichtbaar. Door de muur een kwartslag te draaien wordt de relatie Looierstraat en gracht hersteld. Tegelijkertijd wordt de directe verbinding van de Doubletstraat met de gracht afgesloten waardoor ook deze gracht een onderdeel kan worden van de Avenue Culinaire en een nieuwe relatie ontstaat met de achterzijde van de Boekhorsstraat.
Hoofdstuk 9
Toerisme
Het stimuleren van het toerisme is een belangrijke opgave. In veel buitenlandse steden zoeken toeristen vaak naar het ontdekken van de “Altstad”. Zo is naast de Ramblas ook de oude stad met zijn steegjes een belangrijke toeristische attractie in Barcelona

 

Onze aanbevelingen:
1. Meer publiciteit voor de wijk en meer herkenbaarheid als wijk in samenwerking met VVV, gemeente en City Mondial (kort).

 

2. Den Haag slenterstad (lang) door het mogelijk maken van slenter- en dwaalroutes met de grachten als centrale historische attractie (middel). De toeristen moeten via aantrekkelijke verbindingsroutes, verleid worden de Grote Marktstraat te verlaten voor een bezoek aan het Oude Centrum. Dwalen door het verassende Oude Centrum is een avontuurlijke belevenis en de kleine, ambachtelijke en creatieve bedrijvigheid vormt een aantrekkelijk contrast met de grote winkelketens in het centrum.

 

3. Den Haag grachtenstad (lang) door de bestaande grachten te versterken en onderzoek te doen naar nieuwe grachten (middel).

De grachten hebben met de restaurants en cafés op Avenue Culinaire een bijzondere aantrekkingskracht voor bezoekers en toeristen. Activiteiten op het water zoals de terrasboten, de rondvaartboten van d’Ooievaart, de kanoverhuur  en de muziekfestivals op het water vormen een bijzondere attractie.

Het inrichten van de straten aan de gracht als kades maakt de gracht beter herkenbaar. Zoals in eerdere hoofdstukken gemeld, verdienen de aanlooproutes en de kruispunten extra aandacht.

De grachten kunnen het Oude Centrum, de Stationsbuurt en de Schilderswijk verbinden, zeker als waterkanten eenzelfde inrichting krijgen waardoor symmetrie ontstaat. In de toekomst kunnen we dan praten over Den Haag Grachtenstad, zeker als de oorspronkelijke grachten terug worden gebracht in het Oude Centrum.

 

4. Het Oude Centrum kent een groot aantal locaties waar beroemdheden hebben gewoond en gewerkt. Deze plekken worden te weinig ingezet in de toeristische recreatieve programma. Het is een idee om dit vorm te geven met een gallery of honour. Deze beroemdheden kunnen bijvoorbeeld worden geëxposeerd op grote billboards. Er is al een verkennend onderzoek gedaan voor dit project.  Een topprioriteit voor toerisme zou het Spinozahuis moeten zijn met het spinozabeeld

 

5. Horeca versterken. Routes worden interessanter als er ook ’s avonds dingen zijn te doen. Horeca vormt daarvoor de basis. Met name op de verbindingsroute. zal naast en deels in het kader van de genoemde thematiek per straat ook de mogelijkheid worden geboden voor passende horeca.

Nawoord
Verantwoording en strategie

Geschiedenis van een betrokken buurt

De cityvorming in de zeventiger jaren zorgde er voor dat veel woningen werden gesloopt om plaats te maken voor wegen. voor veel verkeersdoorbraken in grote steden. Deze ontwikkelingen stopten als gevolg van de vele acties en protesten van met name de bewoners zelf..

Ook in de Haagse binnenstad waren er vergaande plannen voor een verkeersruit die dwars door het centrum van de stad liep. Op basis daarvan werden onder meer de Utrechtsebaan en het Prins Bernhardviaduct aangelegd. De Mauritskade zou worden gedempt en de woningen aan de Veerkaden werden dichtgetimmerd en moesten voor een groot deel worden gesloopt voor de aanleg van de Dwarsweg. Bij het aantreden van het nieuwe college in de jaren tachtig werden deze plannen bevroren. De verloedering ging echter door. Grote stromen verkeer vanaf de Utrechtsebaan bleven de route over de Veerkaden gebruiken waardoor het verkeer dwars door de stad reed. Het gebied werd de achterkant van de Grote Marktstraat met de nadruk op de distributiefunctie. De invoering van het Verkeerscirculatieplan (VCP) in november 2009 maakte een definitief einde aan de verkeersruit. De wijk kon beginnen met het maken van herstelplannen.

 

Wijk Ontwikkelingsmaatschappij (WOM)

In juni 2007 werd in de raadscommissie de oprichting van een Wijk Ontwikkelings Maatschappij goedgekeurd. Die had tot doel een aantal slechte panden in onze wijk en de Stationsbuurt aan te pakken. Het Oude Centrum werd benoemd als onderdeel van de “Creatieve Stad”; een ontmoetingsplaats van kennis en cultuur. De aanpak van de WOM is gericht op een “Haags Quartier Latin“. Daarbij wordt ingezet op een grote diversiteit van stedelijke woonvormen; appartementen voor starters, woningen voor hoge inkomens en studentenhuisvesting, werkwoningen voor creatieve bedrijvigheid en broedplaatsen.

 

De aanleidingen voor een ontwikkelvisie

De nadruk op diversiteit in onze ontwikkelvisie komt niet uit de lucht vallen. Het Oude Centrum is van oudsher een wijk met veel verschillen, denk aan de aanwezigheid van zowel statige herenhuizen aan de Prinsegracht als de diverse arbeiders- en ouderenhofjes op steenworp afstand. Het Oude Centrum is ook een wijk van sociale uitersten.

Misschien verbazingwekkend, maar in de wijk wordt die diversiteit niet als probleem maar als uniciteit en kwaliteit ervaren. Door de geleidelijke groei van het Oude Centrum -het is geen wijk die in één keer is neergezet- kent de wijk ook fysiek gezien een grote variatie aan bouwstijlen, woningtypes en sferen. Binnen één wijk is sprake van bijzondere woonvormen, uitgaansgebieden en winkelgebieden.

 

Ook kenmerkt de buurt zich door zijn vele culturele initiatieven en vormen van zelforganisatie en cocreatie. Dit leidt tot grote betrokkenheid van bewoners en ondernemers bij hun directe leefomgeving. We zijn trots op het Oude Centrum.

Al in de jaren zestig van de vorige eeuw beschreef de recentelijk hergewaardeerde Amerikaans/Canadese publiciste en activiste Jane Jacobs (schrijfster van o.a. Life and Death of Great American Cities) op gedetailleerde en aanstekelijke wijze over stedelijke ontwikkeling. De door haar omschreven noodzakelijke diversiteit aan functies, kleine woonblokken, de mix van oude en nieuwe gebouwen en concentratie zijn allen in het Oude Centrum reeds aanwezig. Het zijn zaken die we moeten koesteren. Ook haar ideeën over het gebruik van de stoep, de aansluiting van de woning op de openbare ruimte, de economie van de stad en het regenererend vermogen van stadswijken zijn nog altijd toepasbaar.

 

Door met buurtbewoners, -organisaties en -bedrijven de genoemde identiteit gedetailleerder te formuleren, hopen we de wijk nog beter te maken. Verder hopen we door het benoemen van aanbevelingen de gewenste ontwikkelingen te stimuleren.

 

De grondslag van de eerste ontwikkelvisie BIJDETIJD 2.0 (mei 2011) ontstond tijdens een tweetal brainstormsessies met de WOM, de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO), Staedion en bewoners van het Buurtoverleg het Oude Centrum.

Nadat deze visie in mei 2011 gereed was, is het toenmalige bestuur van het Buurtoverleg aan de slag gegaan met een aantal in de visie genoemde activiteiten zoals een bewonersworkshop en een interactieve website. Het was de bedoeling om zo meer draagvlak te krijgen voor de visie. De workshop was een groot succes met een opkomst van ongeveer honderd deelnemers, die in verschillende werkgroepen over de toekomst van hun wijk hebben nagedacht en gesproken. De website is nog in het ontwikkelstadium.

 

Trots op het resultaat, hebben we in het najaar van 2011 de visie aangeboden aan de toenmalige wethouder van de Binnenstad. Zij kon echter de visie niet accepteren omdat het zou lijken dat ze alle voorstellen zou overnemen. We hadden verwacht dat ze dan tenminste het voorgestelde partnerschap met de gemeente zou accepteren, maar ook dat bleef uit.

 

Met onze nieuwe ontwikkelvisie “SpinozaKracht 2.0 “proberen we een vergelijkbaar debacle te voorkomen door tevoren draagvlak bij de betreffende wethouders, de raadscommissie Ruimte en de burgemeester te ontwikkelen. Bovendien proberen we aansluiting te zoeken bij het collegeakkoord: “Vertrouwen op Haagse Kracht”. Veel van de uitspraken in dit akkoord sluiten direct aan bij onze ambities.

 

We hebben het dan over

·      “Mensen zijn eigenaar van hun stad en omgeving”.

·      “Het stadsbestuur zal open staan voor initiatieven zoals het inrichten van je eigen werk- en leefomgeving”.

·      “Meer dan participatie alleen op die momenten en manieren die de overheid mogelijk maakt”.

·      Het bestuur “gaat de mensen beter in staat stellen invloed uit te oefenen”.

·      De gemeente “geeft de ruimte waar mogelijk en biedt ondersteuning waar nodig”

 

Genoemde onderwerpen in het college akkoord die in de visie ook onze uitgangspunten zijn:

·      Aantrekkelijke winkelstraten.

·      Creatieve stad en maakindustrie

·      Toeristenstad

·      (Water) Evenementen

 

Strategie

Hoe gaan we nou zorgen dat we de doelen van dit plan kunnen realiseren? Dat doen we door medestanders te zoeken, zowel in de politiek, het bedrijfsleven als bij de huiseigenaren.

Dat houdt in dat we overleggen met politieke partijen, het college van burgemeester en wethouders, met meerdere stichtingen die panden in bezit hebben en zich bezig houden met het ontwikkelen van de wijk, zoals Stichting Chinatown, Fundatie Voorhoeve, Stichting Avenue Culinaire en Stichting Philip Doublet. Met de WOM, met Staedion en Stichting Behoud Waardevol Erfgoed werken we al samen in het Ontwikkeloverleg. Ook overleg is wenselijk met het Panderbestuur, de Waterspin, Brouwersgracht, Organic Plaza, diverse culturele initiatieven zoals Stroom, Het Paard, de Vrije Academie, De Kombinatie, Theater aan het Spui, Filmhuis, het Syndicaat, Hoogtij (verzameling galeries).

 

De gemeente

De gemeente heeft de taak om gewenste ontwikkelingen te stimuleren en ongewenste ontwikkelingen te reguleren. De gemeente realiseert zijn beleid in belangrijke mate door regulering. Het bestemmingsplan is hierbij een belangrijk instrument. Het regelt in juridische zin de verschillende bestemmingen. Bij de door ons voorgestelde werkwijze verwachten we van de gemeente ook een andere rol, namelijk een stimulerende en een adviserende rol. Het bestemmingsplan wordt in 2015 herzien. Het plan kan worden ingezet als strategisch instrument door in te spelen op de aanbevelingen in dit plan. Daarnaast heeft de gemeente geld gereserveerd voor de ontwikkeling van het Oude Centrum. Ons doel is om dat geld zo nuttig en doelmatig mogelijk in te zetten. Daarvoor biedt de ontwikkelvisie het kader. Aansluiten op andere initiatieven (investeringen in De Rode Loper van Station HS naar het centrum) biedt ook mogelijkheden voor wederzijdse versterking.
Bijlage

§
De  creatieve stad vormde een van de pijlers van onze eerste visie. De uitgangspunten zijn ook terug te vinden in de aanbevelingen van onze nieuwe visie. Omdat we de uitgangspunten van Den Haag, creatieve stad, belangrijk vinden, besloten we ze als bijlage in onze nieuwe visie op te nemen.

 

Wat maakt een stad creatief?

Een aantal activiteiten vervult een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de creatieve stad. Bij een creatieve stad draait het niet alleen om het huisvesten van de creatieve sector, maar ook om maken en functioneren van de stad. Zoals professor Charles Landry het verwoord: “Denk cultureel, plan verbeeldingsvol en handel kunstzinnig” (The Creative City: a toolkit for urban innovators). Landry is professor internationale creativiteit en stelt de creatieve stad voor als een plek die zijn zaken regelt op een manier waarin een “cultuur van creativiteit’ is ingebed. Cultuur is niet iets dat op het laatste moment aan de stad wordt toegevoegd en bestaat niet alleen uit de culturele klasse, maar bestaat ook uit plaatselijke en inheemse tradities van het openbare leven, zoals feestdagen, rituelen en verhalen en hobby’s en liefhebberijen. Feesten en tradities die er voor het plezier zijn, maar ook aanleiding kunnen zijn voor nieuwe feesten, tradities, cultuur en producten. Het gaat erom goed te kijken naar dat wat er is en de gevonden zaken vervolgens met elkaar te verbinden. Het gaat om de kunst van het verbinden van lokale krachten en mogelijkheden tot nieuwe perspectieven, aldus Landry.

 

Kunst en economie, een creatief verbond?

Het eerste waar we aan denken bij de “creatieve stad” zijn de activiteiten op het gebied van kunst en cultuur. Zowel op het gebied van de cultuurproductie (werkplaatsen, ateliers, toeleverende bedrijven, creatieve industrie), als op het gebied van cultuurconsumptie (musea, podia, galeries en culturele evenementen, presentaties, discussies, optredens en voorlichting). Voor een economisch draagvlak moet ook de commerciële verkoop van kunstproducties worden gestimuleerd. Publieksfuncties bij andere, meer culturele activiteiten kunnen een en ander versterken. Bezoekbare ateliers is een van de mogelijkheden. Om deze activiteiten te combineren denken we vooral aan kleinschalige activiteiten, zoals ateliers, winkeltjes en galeries, maar ook aan gecombineerde broedplaatsachtige invullingen. Deze kunnen samen met culturele publieksfuncties of lichte horeca zoals een theeschenkerij, grotere publieksstromen aantrekken.

 

Kan de ambachtelijke bedrijvigheid overleven?

Van oudsher is er in het gebied sprake van kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid zoals drukkerijen, timmerbedrijven, banketbakkerijen, fietsenmakers. Juist deze functies staan onder druk. Vaak is uitbreiding een voorwaarde om te overleven en daarvoor is in de wijk weinig ruimte. Dus verhuizen deze bedrijven. Ook de concurrentie met warenhuizen kan moordend zijn voor een specialistische ondernemer. Tegelijkertijd genereren deze warenhuizen  publieksstromen die het Oude Centrum als een waardevol en interessant gebied moeten kunnen ontdekken.

Naast de van oudsher aanwezige bedrijven komen er steeds nieuwere vormen van kleinschalige bedrijvigheid zoals ontwerpbureaus waaronder architectenbureaus, reclamebureaus, fotostudio’s, adviesbureaus en journalistieke bedrijvigheid. Deze bedrijven zijn naast de ambachtelijke bedrijvigheid een nieuwe belangrijke impuls voor de creatieve stad. De komst van deze bedrijvigheid sluit ook aan op maatschappelijke trends, waaronder het toenemend aantal zelfstandigen zonder personeel en de groei van het Nieuwe Werken (werken op tijd en plaats naar eigen keuze). Voor beide trends dient ruimte te worden gemaakt in het ruimtelijk beleid voor de wijk.

 

Kunnen de kleine winkels concurreren met de grote warenhuizen?

Het kleinschalige winkelbestand is een ander kenmerk van het Oude Centrum. Er is een rijk geschakeerd aanbod, dat door het specifieke karakter een goede aanvulling vormt op het meer doorsnee karakter van het naastgelegen kernwinkelgebied.

In de tijden van verval, zoals tijdens de Dwarswegplannen, ontstond een overaanbod aan vooral tapijt- en sekswinkels. De laatste jaren is er ook een toename van winkels die meer voldoen aan het beeld van een ‘Haags Quartier Latin’: antiekzaken, stoffenzaken, galeries en designwinkels. Er is eveneens een tendens tot een lichte menging met de horeca, zoals het kopje koffie met een broodje bij de bakker. Een positieve ontwikkeling die bijdraagt aan een soort buurtgezelligheid.

Helaas nemen ook de avondwinkels, kapperszaken en de massagesalons snel in aantal toe. Deze voegen weinig toe aan ‘de creatieve stad’.

 

Creatieve horeca

De horeca in de wijk -van buurtkroeg, nachtclub, bordeel tot de allerchicste sterrenrestaurants- horen bij het Oude Centrum. Het is met recht een sleutelactiviteit. Belangrijk voor het economisch draagvlak maar ook voor de onderlinge communicatie, ontmoeting en uitwisseling. De plannen voor onbeperkte openingstijden in de horeca kunnen aanleiding zijn voor overlast voor bewoners. Maar kroegen en restaurants maken onlosmakelijk deel uit van de creatieve stad. Ook het jaarlijkse muziek spektakel “Jazz in de Gracht” trekt veel bezoekers en maakt duidelijk wat de grachten voor de stad betekenen.

 

Cultuur, kraakbeweging en groepswonen

Een heel bijzondere activiteit zijn de bijzondere stedelijke woonvormen. Bij de ontwikkelingen van de Dwarsweg werden veel panden dichtgetimmerd om gesloopt te worden. Daarop gingen veel jongeren, waaronder studenten van de kunstacademie, de sociale academies en het conservatorium, als groep in deze panden wonen. De bestaande bedrijfsruimtes werden gebruikt als werkruimte of als atelier. De grotere ruimtes werden ook gebruikt als publieksruimtes voor muziekvoorstellingen, film of andere culturele activiteiten.

 

Plekken als Pander, Waterspin, deel Lange Beestenmarkt, Emmaus, 1646, Tag, het Paard, Kunstgreep dragen met hun zelfbeheer bij aan de realisatie van een diverse, en dus creatieve, stad en vergroten de betrokkenheid van bewoners met hun directe leefomgeving.

 

Dit staat in tegenstelling tot de nieuwbouw uit de tachtiger jaren. Hier wonen veel bewoners uit de Schilderswijk, die er door de stadsvernieuwing zijn komen wonen. Zij vormen een andere sociaaleconomische groep. Deze huurders zijn over het algemeen minder betrokken bij hun woonomgeving. Actieve bewonerscommissies in deze complexen kunnen dit consumentisme mogelijk doorbreken.