Geschiedenis

Oude Centrum is met recht Oude Centrum, Den Haag is ontstaan als een nederzetting bij het hof van graaf Willem II, dat in 1248 is gesticht. Het hof lag op een hoger gelegen strandwal. Ten noorden van het hof vestigden zich edelen en andere beter gesitueerden, ambachtslieden en boeren vestigden zich ten zuiden van het hof in het veengebied. De scheiding tussen zand en veen (tussen Hagenaars en Hagenezen) dateert dus al vanaf het allereerste begin van Den Haag.
Omstreeks 1345 werden het Spui en de Trekvliet gegraven. De bebouwing van het Oude Centrum concentreerde zich langs de uitvalswegen, zoals de Wagenstraat en het Spui

 

Den Haag werd het bestuurscentrum van de gehele Unie der Verenigde Provinciën en daarmee de woonplaats van ambtenaren, gedeputeerden en ambassadeurs. Omdat Den Haag door het ontbreken van vestingwerken erg kwetsbaar was, kwam prins Maurits met een plan om Den Haag te voorzien van singels, die in het begin van de 17de eeuw daadwerkelijk werden aangelegd. Rond het Oude Centrum waren dat de Bierkade, Dunne Bierkade, Zuidwal en Buitenom.
Het verkeer en vervoer werden steeds drukker en de groentemarkt, de huidige Dagelijkse Groenmarkt, werd te klein en werd daarom in 1614 verplaatst naar de huidige Grote Markt. Om de bereikbaarheid van de groentemarkt te verbeteren werden in 1615 bestaande en nieuwe grachten aan elkaar gekoppeld: Lange Gracht (nu Gedempte Gracht), Anthonis Burgwal (nu Gedempte Burgwal) en Warmoesgracht (nu Lutherse Burgwal). Om een betere verbinding met de singels te krijgen werd in 1615 de Paviljoensgracht gegraven.
rnIn het Oude Centrum werd dicht opeen gebouwd. Langs de grachten verschenen voorname huizen en in 1616 het Heilige Geesthofje. Bij de Paviljoensgracht kwamen smalle straatjes, zoals de Katerstraat en Rozemarijnstraat, voor de minder welgestelden.
Om de havencapaciteit te vergroten werd rond 1624 de Amsterdamse Veerkade aangelegd die in 1640 werd verlengd met de Stille Veerkade.
In 1641 werd een nieuw uitbreidingsplan vastgesteld in nauw overleg met stadhouder Frederik Hendrik. In het begin werden er statige herenhuizen gebouwd langs de Prinsegracht, maar de bouw stagneerde omdat men liever wilde wonen aan de Prinsessegracht en Korte Voorhout en het duurde nog twee eeuwen voor de Prinsegracht volledig bebouwd was.

 

Den Haag groeide pas echt na 1850; vooral de binnenstad werd dichtgebouwd, waarbij de grachten een bron van besmetting vormden. Rond 1860 werd de Lange Gracht gedempt, die sindsdien Gedempte Gracht heet. Daarna volgden de Lutherse Burgwal en een groot deel van de Paviljoensgracht.
Toen in 1901 de Woningwet werd ingevoerd, was dat het begin van de sanering van de binnenstad en werd er flink gesloopt. Zo kwam, mede om ruimte te creëren voor het drukker wordende verkeer, de Grote Marktstraat tot stand na sloop van 229 woningen, een synagoge, een hotel en het Haagse Courantgebouw. Deze doorbraak leidde tot het verdwijnen van de oorspronkelijke joodse buurt (“De Buurt”), begrensd door het Spui, de Gedempte Gracht, Voldersgracht, Wagenstraat en Amsterdamse Veerkade. Ten tijde van de Franse revolutie woonden in de wijk ongeveer evenveel joden als niet-joden. In de negentiende eeuw groeide de joodse gemeenschap sterk. De Tweede Wereldoorlog maakte een eind aan “De Buurt”. Slechts een handjevol Haagse joden overleefde de concentratiekampen. De joodse kinderen die omkwamen, worden herdacht via een speelmonument op het Rabbijn Maarsenplein. Hun namen zijn hierop terug te vinden.